Les 10: ISSO 82.1, H17 Representatieve woningen

Representativiteit
Dit betekent dat er betrouwbare uitspraken kunnen worden gedaan over een populatie. De populatie betreft de gehele onderzoeksgroep. Uit de populatie wordt een steekproef getrokken. De steekproef dient een verkleinde afspiegeling te zijn van werkelijkheid (populatie). Representativiteit is mogelijk toepasbaar bij gelijkende woningen welke dezelfde woningkenmerken hebben.

Woningkenmerken
Bij het bepalen van representativiteit kijk je naar 3 verschillende woningkenmerken, welke (nagenoeg) gelijk moeten zijn. Zijn ze niet gelijk dan kan een woning niet representatief zijn voor andere woningen.

  • Bouwkundig = Gelijke TZ met max 10% afwijking
  • Oriëntatie = Binnen zelfde klasse met kleine afwijking mogelijk onder voorwaarden)
  • Installaties = Max 1 klasse verschil bij alleen HR-ketels

Zelfde woningtype
Woningen zijn gelijkend en behoren tot hetzelfde woningtype indien gelijke:

  • Gebruiksoppervlakte
    Maximale afwijking 5% van de kleinste gebruiksoppervlakte (door schachten etc.)
  • Plattegrond
  • Gevelindeling (al dan niet gespiegeld)

Woningpositie
Woningen in een gebouw kunnen zich op verschillende posities bevinden.

  • Onder dak
  • Met vloer (boven AOR of AVR)
  • Hoek met tussenligging
  • Tussen-Tussen

Oriëntatie
Woningen in een gebouw kunnen gelijk zijn, maar verschillende oriëntaties en woningposities hebben.

Voorbeeld van een woontoren met gelijke woningen met verschillende woningposities en oriëntaties.

Deelverzameling
Gelijke woningtypen met daarbij een gelijke woningpositie + een gelijke oriëntatie vallen onder dezelfde deelverzameling.

Per deelverzameling minimaal 1 representatieve woning
Minimaal één woning moet representatief zijn voor de anderen binnen een deelverzameling.
Kies zelf de representatieve woning. (Soms heb je geen keus, want er bevindt zich maar één woning binnen de deelverzameling)
Alle woningen binnen de delverzameling hebben hetzelfde label.

Voorbeeld deelverzameling:
Flat: 100 gelijke woningtypen met 9 verschillende deelverzamelingen.

Voorbeeld van een flatgebouw met gelijkende woningtypen en 9 verschillende deelverzamelingen.

Steekproef
Een steekproef doe je bij iedere deelverzameling in minimaal één woning en je controleert dan op gelijkheid met de referentiewoning.

Opmerking
Het kan zijn dat de referentiewoning ook als steekproefwoning genomen mag worden. In de flat zie je dat voor de hoekwoningen (DV1 + DV3 + DV5 + DV7)

Minimale steekproefgrootte
Het uitgangspunt is een steekproef van 20% over de volledige woningvoorraad van dezelfde woningtypen in het complex. Dit is de minimale steekproef als er sprake is van slechts één deelverzameling.

In het voorbeeld van de flat zijn moeten er minimaal 20 woningen bezocht worden om aan de minimale steekproefgrootte te voldoen. De referentiewoningen tellen hierin ook mee en 9 woningen moeten dus nog bezocht worden.

Opmerking
Zeker als je betrouwbare tekeningen hebt, kan dit afhankelijk van hoe handig je bent met je fototoestel, heel snel. Je moet dus wel foto’s maken in de steekproefwoningen.

Welke woningen kunnen een referentiewoning zijn en hoeveel.
In paragrafen 17.1 t/m 17.3 leer je hoe je gelijke woningtypen bij elkaar mag voegen.
In 17.4 leer je bepalen welke woningen hetzelfde label mogen krijgen gebaseerd op een referentiewoning en hoe dan deze representativiteit moet worden toegepast.
Er zijn 6 stappen voor het toepasssen representatieve woningen.

Plaats een reactie

Laat een reactie achter

Scan de code