17.4 Onderbouwing representativeit

Voorbeelden van woningen welke gelijkend zijn en binnen een deelverzameling zouden kunnen vallen.

Voorbeeld van woningen die niet gelijkend genoeg zijn om binnen een deelverzameling te vallen.

Woningtypeverzameling
Een verzameling van vrijwel gelijke woningen.

Deelverzameling
DeelverzamelingIn de ISSO is een beetje onduidelijk verwoord wat een deelverzameling precies is, maar het is gewoon het totaal aantal woningen binnen een woningtypeverzameling dat door gelijke oriëntatie + woningpositie sterk gelijkend is.

Sterk gelijkende woning
Een woning binnen een deelverzameling, welke zijn label krijgt op basis van een referentiewoning. De oriëntaties en woningposities zijn gelijjk.

Deelverzameling bepalen:
Vanaf de buitenkant en zonder vooraf de woning te betreden, kan je vaak al bepalen of de woningen gelijk genoeg zijn om in een deelverzameling te stoppen. Zoals bij één of meerdere flatgebouwen of rijwoningen van een woningcorporatie.

Referentiewoning
Is de representatieve woning voor de andere woningen van hetzelfde subtype.

Zonder betreden, vast te stellen kenmerken:

  • Woningtype of subtype
  • Oriëntatie
  • Oppervlakte thermische schil
  • Zonnepanelen
Gelijkende woningen vallen binnen één deelverzameling. Door verschillende woonkenmerken bevinden zich sterk gelijkende subtypen met één gekozen referentiewoning.

Toepassen representativiteit

6 stappen welke doorlopen moeten worden om representativiteit toe te passen. De eerste stap heb je al geleerd in de vorige paragrafen en stappen 2 t/m 5 zijn eigenlijk alleen bedoeld om te bepalen hoe je de steekproef moet nemen.

Stap 1: Stel alle woningkenmerken (TZ, oriëntatie en installatie) vast volgens de eerste 3 paragrafen.

Om de woningkenmerken te kunnen bepalen heb je dus vooraf gegevens nodig van de woningen binnen de deelverzameling. Gegevens over installaties, uitbouwingen, foto’s etc. Hiermee kan je bepalen of de woningen gelijk genoeg zijn, want anders mag je geen representativiteit toepassen. Wanneer je bepaald hebt dat de woningen binnen een deelverzameling genoeg op elkaar lijken, kan je de labels voor alle woningen opstellen aan de hand van de referentiewoningen onder bepaalde voorwaarden.

Stap 2: Bepaal de minimale steekproefgrootte

Je moet een minimale steekproefgrootte nemen van een deelverzameling en dit doe je aan de hand van onderstaande tabel.

Tabel 17.2 Steekproefgrootte: Rond af naar boven om het aantal te bepalen en het minimum is 6 bij meer dan 20 woningen.

Voorbeeld:
Er bevinden zich 60 woningen in een deelverzameling. Bij hoeveel woningen moet een steekproef worden genomen?

Uitwerking:
20% x 24 = 4,8 woningen –> Afronden naar boven = 5, maar minimale aantal volgens tabel is 6!

Stap 3: Bepaal de deelverzamelingen en de referentiewoningen per deelverzameling

Deelverzameling = Woningen met gelijke kenmerken
Subtype-verzameling = Woningen met sterk gelijkende kenmerken –> Hiervan moet minimaal 1 woning representatief zijn en deze moet i.i.g. bezocht worden.

Voorbeeld flatgebouw

Zie plaatje hieronder. Een deelverzameling voor een flatgebouw met daarin 100 gelijkende woningen.
Minimale steekproefgrootte:
Minimale steekproefgrootte = 20% van deelverzameling = 20 woningen.
Subtypen en aantal op te nemen referentiewoningen om labels te bepalen:
ST1, 3, 5 en 7 = 4 referentiewoningen = 4 opnames
ST2, 4, 6 & 8 = 4 referentiewoningen = 4 opnames
ST9: Aantal woningen = 1 referentiewoning = 1 opname
Totaal aantal referentiewoningen = 9 = 9 opnames

Stap 4: Bepaal het aantal te bezoeken woningen

In stap 2 is de minimale steekproefgrootte bepaald en in stap 3 het aantal deelverzamelingen. Het grootste aantal moet je aanhouden voor het aantal te bezoeken woningen.

Voorbeeld flatgebouw minimale steekproefgrootte
Stap 2: Minimale steekproefgrootte = 20
Stap 3: Aantal subtype-verzamelingen = 9

20 steekproefwoningen moeten worden betreden.

Stap 5: Selecteren te bezoeken woningen

Dit is alleen toepasbaar wanneer je meerdere deelverzamelingen hebt en staat kort uitgelegd in de ISSO.

Stap 6: Controle op de juistheid van de informatiebronnen

Wanneer je de steekproeven neemt, controleer je in de woning of de gelijkenis met de woningen in de deelverzameling goed genoeg is. Wanneer 5% of meer van de steekproefwoningen hiervan afwijkt, mag je geen gebruik maken van representativiteit.

Criterium steekproef (maximale afwijking):

< 5%

Afwijking moet naar beneden worden afgerond.

Voorbeeld
80 Woningen in een deelverzameling, steekproefgrootte = 16 (20%)
16 woningen x 5% = 0,8 woningen mogen afwijken. Afgerond naar beneden = 0, dus GEEN enkele mag afwijken!

Voorbeeld
160 woningen in een deelverzameling, steekproefgrootte = 32
32 woningen X 5% = 1,8 -> afgerond naar beneden = 1, dus 1 woning mag afwijken.

Scan de code