Paragraaf 6.3.1 gaf aan welke ruimten altijd tot de thermische zone behoren en in 6.3.2 welke hier nooit toebehoren. Nu kan er nog een aantal truimten overblijven en deze worden gezien als overige ruimten.
Dit kunnen de volgende zijn:
Niet-gemeenschappelijke stallingsruimten (niet bestemd voor motorvoertuigen)
Bergruimten (dus niet groepen van bergingen (inclusief toegangsgangen) in een woongebouw of combinatiegebouw)
Technische ruimten in de woning (stookruimte)
Technische ruimten met kleine installaties voor verwarmen, koelen, ventileren en tapwaterbereiding (bedoeld voor een gebruiksoppervlakte van de EP-plichtig delen.)
Vlieringen en zolders zonder vaste trap bereikbaar
Kelders
Souterrains
Serres
Balkonafdichtingen
Voor de overgebleven overige ruimte moet met de drie beslisschema’s 6.1 t/m 6.3 worden bepaald of ze uiteindelijk wel of niet tot de thermische zone behoren.
Bij het doorlopen van de beslisschema’s is het belang is om goed te kijken naar de volgende aspecten voor de overige ruimte:
Afb. 6.1 Beslisschema 1: Thermische zone en ‘overige ruimte’
1. verblijf van mensen
Wanneer mensen langdurig in de ruimte (kunnen) verblijven. Dit zijn geen verkeersruimten, want daar gaat iemand niet wonen.
Ruimten met mobiele verwarmingselementen en koelers, zoals elektrische kacheltjes, verrijdbare airco’s en dergelijke vallen hier ook niet onder.
2. open verbinding
Afb. 6.2 Beslisschema 2: Thermische zone en ‘overige ruimte’
GLAS: TOELICHTING PUNT 4*:
Het gaat hier om uitwendige daglichtopeningen en deuren van de overige ruimte met een samengestelde U-waarde (kozijn inclusief glas/deur) ≥ 4,5 W/m2·K.
3a: Isolatie of spouw
Er is sprake van isolatie of spouw als meer dan 70% van het totaal oppervlak van de uitwendige scheidingsconstructies (Deze grenzen aan de buitenlucht, zoals wanden, vloeren, panelen en daken) minimaal 1 cm isolatie of spouw bevat.
raam/glas
Alleen raam/glas komt voor als er bijvoorbeeld sprake is van een loggia of serre die volledig van raam/glas is voorzien.
4: percentage raam en enkel glas*
Is in de ruimte in de gevel(s) of dak (uitwendige scheidingsconstructies) meer dan 10% raamoppervlak aanwezig en bestaat meer dan 30% van de oppervlakte van het glas uit enkel glas. Het gaat hierom uitwendige daglichtopeningen en deuren van de overige ruimte met een samengestelde U-waarde (kozijn inclusief glas/deur) ≥4,5 W/m2K. Er is in het schema gekozen voor enkel glas omdat deuren (on- en geïsoleerd) in alle gevallen een U-waarde hebben die kleiner is dan 4,5 W/m2.K. De U-waarde van dubbel glas in een kozijn heeft ook een U-waarde die kleiner is dan 4,5 W/m2.K. Als zich een situatie voordoet dat U-waarde van het raam en/of deur toch groter is dan 4,5 W/m2.K, moet de 4,5 W/m2. K als grens worden aangehouden.
5: Relatieve warmteweerstand
Afb. 6.3 Beslisschema 3: Thermische zone en ‘overige ruimte’
3a Isolatie
Een uitwendige scheidingsconstructie moet een *warmteweerstand van ≥ 0,36 m²K/W hebben. Dit komt overeen met een constructie met een spouw of met een constructie met 1 cm isolatie.
6: gebouwgebonden warmte-afgiftesysteem
Extra opmerkingen
Knieschotten
Is het knieschot geïsoleerd en is de warmteweerstand van knieschot groter dan de warmteweerstand van achterliggende dak/gevel ruimte achter de knieschotten, dan is de ruimte achter de knieschotten geen thermische zone, maar een aangrenzende onverwarmde ruimte (AOR).
Zijn de knieschotten niet geïsoleerd, of is het dak achter de knieschotten beter geïsoleerd dan de knieschotten, dan hoort de ruimte erachter wel tot de thermische zone.
Bergruimten en Meterkasten buiten de woning
Bepaal met de bovenstaande beslisschema’s of deze tot de TZ behoort.
* Zie paragraaf begrippen voor uitleg
* Overige ruimten behorend bij de woning of woongebouw, zoals technische ruimten waar (collectief in een appartementengebouw) installaties staan voor verwarmen, koelen, ventilatie en tapwaterbereiding zijn opgesteld in gebouwen.
KEGO
Ingedeelde Zolder
https://portaal.stichtingkego.nl/support/solutions/articles/101000539169
Eén van de ruimtes die volgens 6.3.1. altijd in de thermische zone ligt, is ”Een beloopbare zolder met een minimale hoogte van 1,5 meter die met een vaste trap bereikbaar is”
Geldt dit altijd voor de hele zolder, ook als deze door wanden is opgedeeld in meerdere ruimtes?
82.1 – basis – detail
Nee. Alleen de ruimte die benaderd wordt met de vaste trap, wordt in dit verband als ‘zolder’ beschouwd en ligt op grond van de bereikbaarheid met een vaste trap in de thermische zone. Ruimtes die van daaruit betreed kunnen worden via een deur, moeten als ‘overige ruimte’ worden beoordeeld aan de hand van de beslisschema’s, op dezelfde manier zoals dat zou gaan op de andere bouwlagen.
Garage of Berging?
https://portaal.stichtingkego.nl/support/solutions/articles/101000512681-garage-of-berging-–
Volgens het protocol moet een garage als aangrenzend sterk geventileerde ruimte worden beschouwd. Hoe moet worden omgegaan met een ruimte met een overheaddeur of dubbele openslaande deuren als deze volgens tekening geen garage maar een berging is?
82.1 – basis – detail
Conform het protocol is een garage een sterk geventileerde ruimte voor het stallen van motorvoertuigen. In het verleden werden garages zo ontworpen dat deze altijd voldoende ventileerde. Als je aannemelijk kan maken dat een ruimte niet bedoeld is voor het stallen van motorvoertuigen, bijvoorbeeld doordat deze volledig is geïsoleerd en er bij nieuwbouw geen ventilatievoorzieningen zijn aangebracht, kan er van worden uitgegaan dat het een berging (=overige ruimte) betreft. Je bepaald dan middels de beslisschema’s of de ruimte wel/niet tot de thermische zone behoord.
De bouwvergunningsaanvraag is leidend. Als op een tekening voor de vergunningaanvraag een berging in plaats van garage staat vermeld, kan dit voor de berekening van het energielabel ook als uitgangspunt worden gehanteerd. Voor alle andere aspecten (brandveiligheid, ventilatie, enz) moet de ruimte dan ook als berging worden aangemerkt.
Bij de bestaande bouw is het lastiger om aannemelijk te maken dat de garage niet (meer) dient voor het stallen van motorvoertuigen. In deze situaties zal er een bouwkundige aanpassingen moeten zijn geweest waarmee de ruimte ongeschikt is gemaakt voor het stallen van motorvoertuigen.
Vliering binnen de thermische zone
https://portaal.stichtingkego.nl/support/solutions/articles/101000465613-vliering-binnen-de-thermische-zone
Als een vliering alleen via een vlizotrap bereikbaar is, moet dan toch met de beslisschema’s 7.3 – 7.5 worden bepaald of deze binnen de thermische zone ligt en zo ja, moet dan ook de gebruiksoppervlakte worden meegenomen in de berekening?
82.1/75.1 – basis – detail
Een vliering die bereikbaar is met een vlizotrap, is een overige ruimte. Daarvan moet inderdaad met de beslisschema’s 7.3 – 7.5 worden bepaald of deze binnen de thermische zone ligt. Met inachtneming van de 1.5m-regel moet de gebruiksoppervlakte van de vliering dan worden bepaald en meegenomen worden in de oppervlaktebepaling van de thermische zone. Als de vrije hoogte op de vliering nergens groter is dan 1,5m, is de gebruiksoppervlakte van de vliering 0m2, maar kan deze nog altijd binnen de thermische zone liggen. Op basis hiervan wordt dan alsnog beslist waar de thermische schil ligt: dak of zoldervloer.