6.4 & 6.5 Indelen in klimatiserings- & rekenzone(s)

Doel schematiseren: Indelen in rekenzones

In het gebouw moeten de rekenzones worden vastgesteld, zodat na invoering van alle gegevens de software hiermee een correcte berekening kan uitvoeren. De verwarmingsinstallatie heeft invloed op de indeling in klimatiseringszones en rekenzones. Per rekenzone is één verwarmingssysteem aanwezig.

Geklimatiseerde zone

Binnen de context van EPA (EnergiePrestatieAdvies) wordt een geklimatiseerde ruimte beschouwd als een ruimte die binnen de thermische schil van een gebouw ligt en verwarmd wordt. Specifiek:

  1. Geklimatiseerde ruimtes liggen binnen de thermische schil.
  2. Deze ruimtes omvatten ten minste alle verblijfsruimten, toilet- en badruimten.
  3. Verwarmde algemene ruimtes die door meerdere gebruiksfuncties worden gedeeld, zoals een gemeenschappelijke entree, kunnen ook binnen de thermische schil vallen
  4. De ruimtes worden verwarmd voor het verblijf van mensen.

Het is belangrijk op te merken dat de indeling in klimatiseringssystemen bepaald wordt door het transportmedium voor verwarming en koeling, wat water, lucht of een combinatie van beide kan zijn

6.4 Stap 1: Indelen in klimatiseringszone(s) binnen de thermische zone

In de meeste gevallen bestaat de thermische zone in een woning of woongebouw uit één klimatiseringszone, maar het kan zijn dat een thermische zone in een woning of woongebouw in meerdere klimatiseringszones worden gesplitst als er in de woning of het woongebouw verschillende typen klimaatinstallaties voorkomen zoals; verwarming, koeling of ventilatie.

Het bepalen van de klimatiseringszone(s) gebeurt aan de hand van onderstaand beslissingsschema.

Afb. 6.5 Beslisschema klimatiseringszones

Volgens het beslisschema moet de thermische zone in meerdere klimatiseringszones worden gesplitst als in 10% of meer van het gebruiksoppervlak (GBO) van de thermische zone van de woning/woongebouw een afwijkend type klimaatinstallatie zoals verwarming, koeling of ventilatie voorkomt. In dit geval moet je dus eerst de GBO van deze ruimte en de totale GBO berekenen.

Toewijzen van kleine ruimten of zonder klimatisering

Ruimten die niet direct geklimatiseerd worden of kleiner dan 10% van de totale GBO zijn, moeten toegewezen worden aan de meest gelijkende klimatiseringszone.

Gebouwmassa
De gebouwmassa is afhankelijk van het gebruikte materiaal en bepaalt hoe snel en hoe lang de warmte of koelte in een gebouw wordt opgenomen. In deze betekenis gaat het om de daadwerkelijke massa van het gebouw (dikte van muren, vloeren etc.) waardoor veel of weinig warmte kan worden vastgehouden.

Betonbouw:
Hoge gebouwmassa
Houtskeletbouw:
Lage gebouwmassa
Optoppen:
Hoge gebouwmassa opgetopt met een lage gebouwmassa

Reaktie op temperatuur
Wanneer één van de klimatiseringszone van beton gemaakt is en een ander deel van hout, dan zal hout sneller opwarmen dan beton. Als dan de temperatuur weer gaat dalen, zal het langer duren voordat het beton zijn warmte verliest. Het houten gedeelte reageert dus sneller op temperatuur. Met de gebouwmassa zal binnen de klimatiseringszone dus rekening gehouden moeten worden.

Specifike warmtecapaciteit
De specifieke warmtecapaciteit van een gebouw is afhankelijk van de massa en de materialen die in de constructie zijn gebruikt. Het wordt vaak uitgedrukt in kJ/(m²KJ.

6.5 Indelen in de rekenzones

Als de klimatiseringszones bepaald zijn en de hele gebouw is gemaakt van hetzelfde materiaal en dezelfde gebouwmassa heeft, dan wordt iedere klimatiseringzone automatisch een rekenzone.
Maar als er onderlinge verschillen in gebouwmassa zijn, dan kan het zijn dat een rekenzone verder opgesplitst moet worden.

Volgens het het protocol moet de rekenzone verder opgesplitst worden als de specifieke interne warmtecapaciteit meer dan een factor 3 verschilt. Aan deze voorwaarde hoeft niet te worden voldaan als meer dan 80% van deze zone dezelfde specifieke interne warmtecapaciteit heeft.

Verwijzing naar 7.2.3: Splitsen op basis van gebouwmassa

We stappen nu gelijk even naar paragraaf 7.2.3 Specifieke interne warmtecapaciteit. Met tabellen kan je of de specifieke interne warmtecapaciteit per ruimte bepalen. Wanneer deze meer dan een factor 3 verschilt tussen de verschillende constructies moet je de rekenzone opslitsen.

Specifieke interne warmtecapaciteit bepalen:
Voer hiervoor de volgende stappen uit:

  1. Bepaal de specificatie van de bouwwijze voor wanden.
  2. Bepaal de specificatie van de bouwwijze voor vloeren.
  3. Bepaal de specifieke interne warmtecapaciteit met tabel 7.4
Tabel 7.4 — Forfaitaire waarden voor de specifieke interne warmtecapaciteit.

Tabel 7.5 — Specificatie van het type bouwwijze voor vloeren voor de bepaling van de specifieke interne warmtecapaciteit

Tabel 7.6 — Specificatie van het type bouwwijze voor wanden voor de bepaling van de specifieke interne warmtecapaciteit

Bijvoorbeeld

Zie het onderstaande huis. De woonkamer is verwarmd met radiatoren en verder niet gekoeld. De eerste verdieping + de zolder zijn op dezelfde manier verwarmd, maar daarnaast gekoeld met split-units, dan zijn er volgens het beslissingsschema twee klimatiseringszones. De gebouwmassa is gelijk, opsplitsen is niet verder nodig, dus 2 rekenzones: Één voor de woonkamer en één voor de 1ste verdieping tesamen met de zolder.

Bepalen rekenzones.

Voorbeeld met 3 rekenzones

Stel dat de begane grond en de eerste verdieping gemaakt zijn van dragend metselwerk met massieve betonnen vloeren en de zolder gemaakt is van dragend metselwerk met houten vloeren.

Begane grond

Stap 1: Bepaal de specificatie van de bouwwijze voor vloeren en wanden met de tabellen
BG + 1ste:
Vloeren van massief beton = zeer zwaar
Wanden van dragend metselwerk = zwaar

Stap 2: Bepaal de totale specifieke interne warmtecapaciteit met tabel 7.4
Vloeren heel zwaar en wanden zwaar = 450 KJ/(m²K)

Zolder:

Vloeren = hout = Licht
Wanden = dragend metselwerk = zwaar
Tabel 7.3: Specifieke interne warmtecapaciteit = 180 KJ/(m²K)

De specifieke interne warmtecapaciteit verschilt nu minder dan een factor 3 (450 / 180 = 2,5 en de rekenzone oeft niet gesplitst te worden.

Voorbeeld met 3 rekenzones

Stel dat de begane grond en de eerste verdieping van massief beton en de zolder is geheel van hout
De gebouwmassa van de eerste twee woonlagen wordt bepaald op 450 kJ/M².K. Van de zolden bedraagt de specifieke interne warmtecapaciteit bedraagt 80 kJ/M².K

De specifieke interne warmtecapaciteit tussen de 1ste en de zolder verschilt nu meer dan een factor 3 (450 / 80 = 5,26). De rekenzone moet nu wel verder gesplitst worden. Het aantal aantal rekenzones = 3

  • BG: RZ1
  • 1ste: RZ2
  • Zolder: RZ3

Wat heb je geleerd?

Je hebt nu geleerd hoe je de verschillende zones kunt bepalen:

  • Thermische zone
  • Klimatiseringszone(s)
  • Rekenzone(s)

Als je het dit schematiseren onder de knie hebt, ben je klaar voor examen module 2 schematiseren. Toch raad ik je aan om eerst de gehele cursus te volgen voordat je naar één van de examens gaat, want alle examenmodules hangen met elkaar samen.
Er volgt nu een toets, waarbij je het schematiseren verder kunt oefenen. Verder heb je de mogelijkheid om nog een aantal oefenexamens te maken en het oefenexamen van CITO kan je ook nog doen. Genoeg oefenmateriaal dus. Heb je toch nog vragen, laat dan een commentaar achter, of neem contact met ons op.

Scan de code