7.1.6 Gebouwhoogte

De gebouwhoogte (m) wordt bepaald door het hoogteverschil tussen het laagst gelegen aangrenzend maaiveld of waterpeil en het hoogste punt van het dak (incl. dakopstanden*, liftopbouw, etc.). Eventuele afwijkende gebruiksfuncties spelen geen rol in de bepaling van de gebouwhoogte. De gebouwhoogte mag je ook bepalen door het aantal bouwlagen van het gebouw vast te stellen en te vermenigvuldigen met de bouwlaaghoogte, mits deze gelijk zijn. (denk aan de tussenliggende dikte van de vloeren)

Let op!

Schoorstenen en masten worden niet meegerekend!

Afb. 8.2 Bepalen van de gebouwhoogte

Alternatieve manier om gebouwhoogte te bepalen (niet volgens opnameprotocol).

De volgende tools kunnen je helpen bij het bepalen van de gebouwhoogte:

3d Bagviewer: 
https://3dbag.nl/en/viewer

Actueel hoogtebestand Nederland: 
https://www.ahn.nl

* Dakopstand

Dit is een verhoogde rand aan de rand van een (plat) dak. In principe heeft elk plat dak een opstaande rand aan alle zijden. De dakopstand functioneert als waterkering12. Het zorgt ervoor dat hemelwater via de bedoelde afwatering wegstroomt en niet overal op de gevel terechtkomt.

Scan de code