Leidingdoorvoeren zijn essentiële onderdelen van een woning, maar kunnen tot energieverlies leiden. . Bij Leidingdoorvoeren door de thermische schil (dak) gaat het uitsluitend om inpandige afvoer voor hemelwater of standleidingen van riool- of afvalwater en rioolbeluchters of ontluchters.
Ventilatiekanalen, elektriciteitsleidingen, CV-leidingen en rookgasafvoerkanalen vallen hier niet onder.
De volgende leidingdoorvoeren kun je tegen komen in woningen, maar hoeven niet allemaal te worden opgenomen.
Bij *leidingdoorvoeren, welke door de TZ gaan (hemel- of afvalwater), neem je het volgende op volgens de tabel.
Opmerkingen
Zie onderstaand voorbeeld met 5 rekenzones A – E.
Het warmteverlies van de leidingdoorvoer moet eerlijk worden verdeeld, daarbij moet het aantal rekenzones worden opgegeven.
Rekenzone A: A en C = 2
Rekenzone B: B en C = 2
Rekenzone C: C, A, B en D = 4
Rekenzone D: D, C en E = 3
Rekenzone E: E en D = 2
Voor meer voorbeelden, zie het Praktijkhandboek!
* Leidingdoorvoeren
Het gaat hier om verticale leidingen die in directe verbinding staan met buitenlucht, waarin het zogenaamde schoorsteeneffect optreedt: doordat de lucht aan de wanden van de leiding opwarmt, ontstaat langs de wanden een opwaartse luchtstroming. Hierdoor wordt de luchtdruk onderin de leiding lager, waardoor er (koudere) buitenlucht wordt aangezogen, die de luchtstroming op gang houdt. Het gaat hierbij bijv. om standleidingen voor hemelwater of afvalwater. Ventilatiekanalen vallen hier niet onder!