7.2.4 leidingdoorvoeren

Leidingdoorvoeren zijn essentiële onderdelen van een woning, maar kunnen tot energieverlies leiden. . Bij Leidingdoorvoeren door de thermische schil (dak) gaat het uitsluitend om inpandige afvoer voor hemelwater of standleidingen van riool- of afvalwater en rioolbeluchters of ontluchters.
Ventilatiekanalen, elektriciteitsleidingen, CV-leidingen en rookgasafvoerkanalen vallen hier niet onder.

De volgende leidingdoorvoeren kun je tegen komen in woningen, maar hoeven niet allemaal te worden opgenomen.

  1. Sanitaire leidingen: Doorvoeren voor water aan- en afvoer, zoals voor toiletten, douches en wastafels.
  2. Verwarmings- en koelleidingen: Doorvoeren voor centrale verwarming of airconditioning systemen.
  3. Elektrische kabels: Doorvoeren voor stroomvoorziening en datanetwerken
  4. Ventilatiekanalen: Hoewel deze niet als typische leidingdoorvoeren worden beschouwd, zijn ze wel belangrijk voor de luchtcirculatie in huis.
  5. Hemelwaterafvoer: Verticale leidingen die regenwater van het dak afvoeren.
  6. Meterkastdoorvoeren: Leidingen die de woning binnenkomen via de meterkast, vaak vanuit de kruipruimte.
  7. Dakdoorvoeren: Specifiek voor zonnepanelen, waar kabels het dak moeten passeren.
  8. Aanvoerleiding van de cv-ketel: Deze leiding gaat vaak door een buitenmuur.
  9. Afvoerleidingen voor afvalwater: Deze lopen vaak verticaal door meerdere verdiepingen van een gebouw.

Bij *leidingdoorvoeren, welke door de TZ gaan (hemel- of afvalwater), neem je het volgende op volgens de tabel.

    Tabel 7.7 Opname leidingdoorvoeren

    Opmerkingen

    • Met het aantal bouwlagen in de rekenzone wordt het werkelijk aantal bouwlagen bedoeld, niet alleen het aantal bouwlagen waardoor de leiding loopt.
    • Met aangrenzende rekenzones of verwarmde ruimten worden uitsluitend de aangrenzende rekenzones en verwarmde ruimten voor het leidingdeel grenzend aan de rekenzone waarvoor de energieprestatie wordt bepaald bedoeld
    • Leidingisolatie indien minimaal 90% van de leidinglengte is geïsoleerd.

    Zie onderstaand voorbeeld met 5 rekenzones A – E.
    Het warmteverlies van de leidingdoorvoer moet eerlijk worden verdeeld, daarbij moet het aantal rekenzones worden opgegeven.
    Rekenzone A: A en C = 2
    Rekenzone B: B en C = 2
    Rekenzone C: C, A, B en D = 4
    Rekenzone D: D, C en E = 3
    Rekenzone E: E en D = 2

    Voor meer voorbeelden, zie het Praktijkhandboek!

    * Leidingdoorvoeren

    Het gaat hier om verticale leidingen die in directe verbinding staan met buitenlucht, waarin het zogenaamde schoorsteeneffect optreedt: doordat de lucht aan de wanden van de leiding opwarmt, ontstaat langs de wanden een opwaartse luchtstroming. Hierdoor wordt de luchtdruk onderin de leiding lager, waardoor er (koudere) buitenlucht wordt aangezogen, die de luchtstroming op gang houdt. Het gaat hierbij bijv. om standleidingen voor hemelwater of afvalwater. Ventilatiekanalen vallen hier niet onder!

    Scan de code