Je hebt van het praktijkhandboek H9 over ruimteverwarming doorgenomen en je weet nu al wat meer over dit onderwerp.
We gaan in 3 stappen bespreken hoe en wat je bij verwarming moet opnemen.
Stap1: Hoe wordt de warmte opgewekt
Type opwekking: types (C.V., warmtepomp, stadsverwarming etc.), waar deze zich bevinden en welke rekenzone ze bedienen.
Stap 2: Hoe wordt de warmte vervoert
Distributie: medium (vloeistof/lucht), leidingen, pompen (hulpenergie)
Stap 3A: Hoe wordt de warmte afgegeven
Afgifte: afgiftesystemen (radiator, vloerverwarming, e.d.)
Stap 3B: Hoe wordt de afgifte geregeld
Regeling: Hoe wordt de verwarming aangestuurd (b.v. kamerthermostaat)
Hieronder een samenvatting wat gaat komen in dit hoofdstuk. De hoofdstukken van de ISSO worden daarbij weer aangehouden en meer uitleg volgt per hoofdstuk.
Stap 1: Warmte opwekking
Dit kan individueel gebeuren voor één enkele woning of via collectief met een grotere opwekking voor meerdere woningen tegelijk. De individuele en collectieve installatie(s) kunnen zich in het gebouw bevinden of het kan van buiten komen via externe warmtelevering, zoals stadsverwarming.
Bij externe warmtelevering moet er in het dossier een factuur van het contract met de warmte leverancier opgenomen worden. Is die er niet, dan neem je het op als collectieve installatie.
Het kan zijn dat er tijdens een verbouwing geen warmteopwekker staat, maar je moet toch altijd een warmteopwekker nemen en dan neem je op wat er voor de verbouwing aanwezig was en als je dat niet weet een CR-ketel, dit is de slechtste, zoals het vroeger was met nog een waakvlam erin.
Sfeerverwarmingen of kachels naast de C.V. worden niet opgenomen, want dit zijn niet de hoofdverwarmingen.
Heb je geen toegang tot de technische ruimte in een appartementcomplex, neem dan onbekend op en geef in het dossier de reden aan. Je moet hierbij ook de totale gebruiksoppervlakte ingeven van de aangesloten gebouwlagen waardoor de leidingen lopen. Dus kijk naar het begruiksoppervlakte per verdieping en vermenigvuldig dit.
Geef aan of er per appartement individuele afleversets aanwezig zijn en of er warmtemeters op de radiatoren zitten, want deze geven een positieve uitkomst.
Bepaal per opwekker het volgende:
Meerdere opwekkers:
Het kan zijn dat er niet 1, maar meerdere ontwikkers aanwezig zijn en het kan dan een mono- of bivalent systeem zijn.
Monovalent = opwekker zonder bijstook, zoals een enkele C.V. ketel
Bivalent = Opwekker met bijstook, zoals een hybride systeem met warmtepomp en naverwarming van een CV.
Let op!
De opwekkers hoeven niet apart opgesteld te zijn, maar kunnen in één omkasting zitten en toch eruitzien als één systeem.
Welke opwerkkers zijn er?
Bij de opname heb je de volgende keuzes:
Stap 2: Distributie
De warmte wordt bijna altijd vervoert via water. Soms komt het voor dat warmte op een andere manier vervoert wordt, zoals b.v. lucht.
Radiatoren kunnen in serie met een éénpijpssysteem of parallel in een tweepijpsysteem aangesloten?
Ledingen kunnen geïsoleerd zijn en je wilt weten hoe lang ze zijn en of ze binnen of buiten de thermische zone liggen. Er is een verschil in opname tussen individuele en collectieve instrallatie. Verder moet je kunnen bepalen of het systeem waterzijdig is ingeregeld of niet.
Stap 3A: Warmteafgifte
Hoe de getransporteerde warmte wordt afgegeven is ook van belang. B.v. via radiatoren, convectoren, heteluchtverwarming, infrarood, vloerverwarming etc. Daar doet de hoogte van de woonkamer of het grootste gebruiksoppervlakte ertoe. De warmte veplaatst zich via radiatoren anders dan convectoren en op radiatoren kunnen ook booster ventilatoren zitten, welk aantal je dan ook opgeeft.
De aanvoer en afvoer temperatuur moet je ook invullen en deze bepaal je aan de hand van het type afgiftesysteem en een tabel in de ISSO. Bij vloerverwarming is dat b.v. 45/40, dus in 45 en uit 40 graden.
Radiatoren kunnen tegen aan een binnenmuur grenzen of een buitenmuur met of zonder radiatorfolie.
Stap 3B: Regeling van de warmte afgifte
Dit is meestal een kamertherostaat, maar kan ook per ruimte worden geregeld met eigen sensoren. Radiatoren met een thermostaatknop regelen de temperatuur automatisch, maar kunnen handmatig worden overruled.
Hulpenergie:
Voorbeeld bij een CV-ketel die gebruikt gas maar om te kunnen functioneren zit er een pomp, ventilatortje, wat elektronica en misschien een klein elektrisch verwarmt buffervatje op en dit wordt apart opgenomen van de ketel.
KEGO
Wat op te nemen bij defecte, uitgeschakelde of niet volledig gemonteerde toestellen?
https://portaal.stichtingkego.nl/support/solutions/articles/101000512667-wat-op-te-nemen-bij-defecte-uitgeschakelde-of-niet-volledig-gemonteerde-toestellen-
Moet een toestel of opwekker worden opgenomen als deze uitgeschakeld, afgekoppeld, defect of (nog) onvolledig gemonteerd is? Zo ja, geldt dat dan ook als er een tweede, alternatief systeem is aangebracht?
82.1/75.1 – basis – detail
1. Als installaties niet aangesloten zijn en duidelijk is dat ze ook niet in bedrijf worden genomen, dan worden deze voor de opname buiten beschouwing gelaten.
2. Als ze (tijdelijk) buiten werking zijn gesteld door de eigenaar of gebruiker van het gebouw, moeten ze wel worden opgenomen.
3. Toestellen en installaties die recent zijn aangeschaft, maar nog niet (volledig) gemonteerd zijn, mogen meegenomen worden als er een factuur aanwezig is met het juiste leveradres.
Daarbij moet de keuze voor het op te nemen systeem bij aanwezigheid van meer systemen worden bepaald op basis van de in het protocol beschreven prioritering. Zie ook BRL 9500-W:2400, paragraaf 4.3.2.2, en U paragraaf 4.2.2.2.