9.2 Verwarmingssysteem (en klimatiseringszones)

Zoals je weet heeft het type verwarmingssysteem invloed op de klimatiseringszones en dus de rekenzones.

Wat moet je weten?

  • Per rekenzone is er in de ISSO maximaal één verwarmingssysteem aanwezig.
  • Een verwarmingssysteem kan meerdere opwekkers hebben (*Cascade systeem wordt opgenomen als één).
  • Maar….Verschillende rekenzones kunnen wel door één verwamingssysteem gevoed worden. Dus één verwarmingssysteem kan meerdere rekenzones verwarmen.
  • De afgiftesystemen bepalen welke verwarmingsinstallaties bij welke rekenzone(s) horen. De positie van de opwekker is niet van belang.
    b.v. radiatoren in ruimte 1 met de distributieleidingen aangesloten op de V.C. opgesteld in ruimte 2, waar geen radiatoren zijn en verwarmd wordt met een split-airco.
    Ruimte 1 heeft verwarmingssysteem C.V. met radiatoren en Ruimte 2 heeft verwarmingssysteem split-airco.
  • Bij meerdere verschillende verwarmingssystemen in één ruimte, zoals b.v. een verwarm-airco en c.v. gelden speciale regels (zie onder).
  • Een Luchtverwarmingssysteem wordt niet ingevoerd, wanneer een ander verwarmingssysteem primair is.

Meerdere verwarmingssytemen in één ruimte

Verwarmingssysteem = Opwekker + Distributie + Afgifte + regeling

Het kan zijn dat er in een ruimte meerdere verwarmingssystemen zijn, zoals b.v. een gebouwgebonden infraroodpaneel met een C.V. met radiatoren.

Opmerking
Let op dat je een verwarmingssysteem niet verwart met een afgiftesysteem!

Slechts één verwarmingssysteem mogelijk in het protocol

Aangezien er in de opname voor slechts één verwarmingssysteem gekozen kan worden, moet er een keuze gemaakt worden en dat is het systeem het grootste deel verwarmt. Het is echter niet altijd duidelijk welke dat is en in dat geval ga je uit van onderstaande lijst.

Het verwarmingssysteem met de hoogste prioriteit wordt opgegeven en het andere systeem wordt niet aangehouden.

  1. Bekijk de regeltechnische omschrijving als deze er is en kies de grootste.
  2. Het systeem met de hoogste temperatuur (Radiatoren t.o.v. vloerverwarming).
  3. Lokale elektrische (IR) bijverwarming voor ALLE zit- slaap- of werkplekken.
  4. Vloerverwarming of radiatoren gaan boven luchtverwarming.
  5. Grootste vloeroppervlak is grootste systeem.
  6. Later aangebrachte verwarming: Het additionele systeem wordt niet meegenomen in de PE-berekening.

Documenteer al je keuzes in het dossier.

*Cascadeverwaming (meerdere opwekkers in serie aan elkaar geschakeld voor meer vermogen).

Cascade verwarming

KEGO

Twee warmteafgiftesystemen
https://portaal.stichtingkego.nl/support/solutions/articles/101000457474

Hoe moet je omgaan met de situatie bij utiliteitsgebouwen waarin binnen één ruimte meer dan één verwarmingssysteem (of koelsysteem) aanwezig is?

75.1 – basis – detail

Hier kunnen 2 scenario’s (A of B) aan de hand zijn:

A.    Het betreft 2 aparte verwarmingssystemen met ieder hun eigen afgiftesysteem, bijvoorbeeld 1:CV-ketel + distributie water + radiatoren; plus 2:VRF+fancoil (Airco). 

Er kan aan de ruimte slechts één verwarmingssysteem toegekend worden. Welk systeem dat is, wordt op volgorde van de hieronder weergegeven prioritering bepaald door:

1.    het verwarmingssysteem dat het grootste aandeel van de warmtebehoefte van de rekenzone dekt. Als uit een actuele regeltechnische omschrijving blijkt welk systeem het grootste aandeel in de warmtelevering heeft, moet dat systeem worden gekozen;

2.    Je houdt het systeem met de hoogste ontwerpsysteemtemperatuur aan. NB: een systeemtemperatuur is alleen van toepassing op systemen met waterdistributie, dus niet op VRF of elektrische IR verwarming;

3.    Als een ruimte is voorzien van lokale elektrische (bij)verwarming (IR-panelen, elektrische kachels) en deze is duidelijk aanwezig (in meer dan ca. 15% de ruimte, bij alle werkplekken, bij de zithoeken, enz), dan moet deze lokale elektrische (IR) verwarming als hoofdverwarmingssysteem worden gezien voor de betreffende ruimte en ervan worden uitgegaan dat deze de volledige warmtevraag levert.

4.    In andere gevallen wordt er vanuit gegaan dat het systeem dat het grootste vloeroppervlakte in de rekenzone verwarmt ook het grootste aandeel van de warmtebehoefte van de rekenzone dekt. Ook voor een systeem dat de basislast levert (bijvoorbeeld betonkernactivering, vloerverwarming), wordt ervan uitgegaan dat dat systeem het grootste aandeel van de warmtebehoefte van de rekenzone dekt.

Een warmteopwekker die alleen gekoppeld is aan de luchtbehandeling, waarbij de luchtbehandeling niet het primaire warmteafgiftesysteem betreft (omdat er bijvoorbeeld radiatoren ov vloerverwarming aanwezig zijn), mag niet als preferent toestel worden ingevoerd. Zie ook H9.2.

B.    Het betreft 2 afgiftesystemen van hetzelfde verwarmingssysteem, radiatoren en vloerverwarming zijn aangesloten op hetzelfde distributiesysteem en opwekker(s). Hier kan slechts één afgiftesysteem aan de ruimte toegekend worden. Dat is het afgiftesysteem met de hoogste prioriteit in H9.5.2

Het kan voorkomen dat binnen één verwarmingssysteem de ene ruimte verwarmd wordt door het ene afgiftesysteem en een tweede ruimte met een ander afgiftesysteem, bijvoorbeeld: de kantoren met vloerverwarming en de kantine met radiatoren. In dat geval is er nog steeds sprake van één verwarmingssysteem. Bij de bepaling van de klimatiseringszones is het in dat geval dus niet nodig (mag wel) om op basis van het verwarmingssysteem te splitsen in meerdere klimatiseringszones.

Als er twee verwarmingssystemen (dus twee gescheiden distributiesystemen) zijn met dezelfde opwekker, dan mag dit als één systeem beschouwd worden. Ook in het geval dat er verschillende afgiftesystemen zijn. Splitsen mag dan wel, maar is niet verplicht.

Scan de code