10.4 Stap 2: Distributie

Koude lucht geldt als geen distributie!

Opmerking:

Lucht wordt meegenomen bij het onderdeel ventilatie of wordt ingevoerd als directe expansie in de ruimte.

Er bestaan 2 manieren van koude-distributie in het protocol:

Via een waterachtig medium:
Koude kan verplaatst worden via leidingen waarin de koude vloeistof getransporteerd wordt en waarbij koude wordt afgegeven in de ruimte via een afgiftesysteem.

Niet via een waterachtig medium (Via Lucht):
Koude kan zich ook via de lucht verplaatsen, maar zoals eerder gezegd, geldt dit als geen distributie en distributie via lucht wordt meegenomen in ventilatie (LBK) of directe expansie!

Koelvloeistof wordt d.m.v. distributie- of circulatiepompen verspreid door het systeem via leidingen en vervolgens afgegeven via een afgiftesysteem. De efficiëntie van het distributiesysteem is van de volgende gegevens afhankelijk:

  • Lengte van de leidingen
  • Isolatie leidingen (>90% geïsoleerd)
  • De omgeving waar de leidingen zich in bevinden:
    – Binnen/buiten thermische zone
    – In de muur of vrijliggend (Bij een mix, geef meest voorkomende op)
    – In een en gekoelde/niet gekoelde ruimte
    – Het vermogen van de pomp(en) en de efficientie

Opmerkingen:

  • Alle ruimten in de thermische zone worden als gekoeld beschouwd. Ook ruimten die buiten de thermische schil liggen en waarin een afgiftesysteem voor ruimtekoeling aanwezig is, gelden als ‘gekoeld’.
    Voorbeelden van niet gekoelde ruimten waarin koelleidingen kunnen lopen zijn niet gekoelde aangrenzende ruimten, serres, sterk geventileerde ruimten, kruipruimten, een technische ruimte zonder afgiftesysteem voor koeling of leidingen buiten het gebouw door grond of buitenlucht.
  • Pompen voor koelwater hoeven alleen te worden meegenomen als er aparte distributiesystemen (leidingen) voor koeling aanwezig zijn.
  • Bij een collectief of of systeem door derden moet het aantal koudemeters (vaak gecombineerd met warmtemeter) worden opgenomen.
  • Indien gegevens onbekend zijn, worden ze forfaitair bepaald.
  • Indien een deel van de leidinglengtes niet bepaald kan worden, b.v. omdat de ruimte niet toegankelijk is, moet de optie onbekend gekozen worden.
Warmte/koudemeter in een collectief systeem

De volgende gegevens moeten worden verzameld:

Tabel 10.5 Leeswijzer aspecten distributiesysteem voor koeling

10.4.1 Distributiemedium en distributiesysteem

Er geldt dus maar 1 manier van koude-distributie en dat is via Water, alle andere manieren van koude verplaatsing (via de lucht) geldt als geen distributie!

2 soorten afgiftesystemen (koud water omzetten naar koude lucht):

Ventilator convector / room airconditioner

1. Ventilatorconvector

Oppervlaktekoeling, zoals via leidingen in de vloer of muur

2. Muurkoeling
Koude lucht geldt als geen distributie!

Opmerking:

Lucht wordt meegenomen bij het onderdeel ventilatie of wordt ingevoerd als directe expansie in de ruimte.

10.4.2 Waterzijdig inregelen

Werkt volgens hetzelfde principe als bij verwarming en dit neem je op.

10.4.3 Distributiepompen

Een compleet toestel heeft een geïntegreerde pomp en distributiepompen voor koelwater hoeven alleen te worden meegenomen als er aparte distributiesystemen voor koeling aanwezig zijn.

Wat moet je bepalen?

  • Het totale vermogen van de pompen in het aparte koudedistributiesysteem.

Van de pomp neem je het volgende op als je dat kan bepalen en anders neem je op onbekend:

  • Het werkelijke vermogen
  • de EEI van de pomp (indien aanwezig)

10.4.4 Distributieleidingen

Er moet bepaald of de leidingen binnen of buiten rekenzone lopen en de isolatie en lengte om het verlies te bepalen.

10.4.4.1 Isolatie van leidingen

Dit is makkelijk visueel waar te nemen. (Voor koude leidingen wordt meestal zwarte isolatie gebruikt), je neemt het jaartal op.

Koelinstallatie zonder isolatie

10.4.4.2 Isolatie van kleppen, beugels en appendages (bijhangsel/onderdeel van leiding)

Bepaal of ze volledig of deels zijn geïsoleerd

Pomp met isolatie

10.4.4.3 Leidinglengtes

Het gedeelte DETAIL hoef je niet te weten bij de basisopname.

Voor woningbouw Basis worden de leidinglengtes altijd forfaitair belaad.

Voor een individuele installatie op basis van de gebruiksoppervlakte en het aantal bouwlagen dat is aangesloten op het distributiesysteem.
Voor collectieve installaties moet ook het totale gebruiksoppervlak aangesloten op de installatie en het aantal bouwlagen dat wordt bediend worden opgegeven.

Als leidingen door de TZ lopen, wordt opgegeven dat ze door een gekoelde ruimte lopen. Als er een deel van de leidingen buiten de rekenzone loopt, moet de lengte daarvan worden bepaald. Is deze lengte onbekend, reken dan met 15% van de totale werkelijke
of forfaitair bepaalde leidinglengte in de niet gekoelde ruimte.

Voorbeelden van niet gekoelde ruimten:

  • Niet gekoelde aangrenzende ruimten
  • serres
  • sterk geventileerde ruimten
  • kruipruimten
  • Technische ruimte zonder afgiftesysteem voor koeling
  • leidingen buiten het gebouw door grond of buitenlucht.

10.4.5 Koudemeters

In een distributiesysteem van een collectief koudesysteem of koudelevering door derden kunnen één of meer koudemeters aanwezig zijn. In de praktijk worden deze meters warmtemeters genoemd, omdat deze toepassing meer wordt gebruikt.

koude/warmtemeter
Scan de code