10.5 Stap 3: Afgiftesysteem voor ruimtekoeling

Het gaat met name om het type afgiftesysteem en de toegepaste regeling. Een rekenzone kan meerdere afgiftesystemen hebben: al deze afgiftesystemen moeten worden opgenomen.

De koeling in het distributiesysteem moet aan de lucht afgegeven worden om te kunnen koelen, dit gaat d.m.v. een ventilatorconvector welke bevestigd kan zijn aan het plafond of aan de muur.

Ventilatorconvector voor plafond, ook wel fancoil genoemd

ventilatorconvector voor muur, ook wel roomconditioner genoemd

Indien er geen distributie aanwezig is, vindt er luchtkoeling plaats d.m.v. ventilatoren.

10.5.1 Type afgiftesysteem

Bepaal het type afgiftesysteem en neem van de afgiftesystemen, die van een ventilator gebruik maken van ieder afgiftesysteem het ventilatorvermogen op. Het gaat daarbij onder meer om ventilatorconvectoren en inblaascassettes van split units. Als er bijvoorbeeld tien ventilatorconvectoren aanwezig zijn, moet van alle tien het vermogen bepaald worden. Als deze waarde onbekend is, wordt er forfaitair gerekend. Het vermogen van ventilatoren van de ventilatie wordt niet meegerekend, dit wordt verrekend via het ventilatiesysteem.

Zie hier de verschillende de type afgiftesystemen voor ruimtekoeling:

  • Oppervlakte koeling (vloer- wand-, plafondkoeling en betonkernactivering)
  • Ventilatorconvector (of roomconditioner) (plafond), wordt ook wel fancoil genoemd
  • Ventilatorconvector (of roomconditioner) tegen de buitenmuur of plafond
  • Overig, zoals luchtkoeling
  • Onbekend (als in een nieuwbouwsituatie wel bekend dat erventilatorconvectors komen maar onbekend waar deze komen te hangen, moet worden aangenomen dat ze tegen de buitenmuur komen).

10.5.2 Meerdere soortenafgiftesystemen:

Het kan zijn dat er in een ruimte meerdere soorten afgiftesystemen zijn. Het opnameprotocol kent net als bij verwarming in een ruimte maar één soort afgifte en wanneer er verschillende aanwezig zijn, dan moet er geprioriteerd worden.

Prioritering

  1. Woonkamer (hoofdvertrek) of grootste verblijfsruimte.
  2. Laagst benodigde temperatuur (bij verschillende afgifte in woonkamer).

Opmerking:
Bij toepassing van een room airconditioner wordt dit systeem gezien als het systeem met de laagste systeemtemperatuur.

Bepalen:

Wanneer je het het type afgiftesysteem bepaald hebt, neem je van de afgiftesystemen, die van een ventilator gebruik maken, van ieder afgiftesysteem het ventilatorvermogen op. Het gaat daarbij onder meer om ventilatorconvectoren en inblaascassettes van split units.
Als er bijvoorbeeld tien ventilatorconvectoren aanwezig zijn, moet van alle tien het vermogen bepaald worden. Als deze waarde onbekend is, wordt forfaitair gerekend.

Let op!
Het vermogen van ventilatoren van de ventilatie wordt niet meegerekend, dit wordt verrekend via het ventilatiesysteem.

10.5.3 Regeling van het afgiftesysteem

De ruimtetemperatuur kan op verschillende manieren geregeld worden, jij moet bepalen hoe uit onderstaande verschillende typen regeling.

Tabel 10.12 Bepalen regeling in het systeem

Regeling in hoofdvertrek (kamerthermostaat)

Voorbeeld kamerthermostaat

Regelingen per ruimte

Elke kamer met een eigen thermostaat heeft een apart ingestelde temperatuur en je verbruikt alleen energie waar je bent en bespaart energie op de plekken in de woning waar niemand is.

  • Automatische temperatuurregeling per ruimte
  • Automatische temperatuurregeling per ruimte met handmatig overrulen (aan/uit, dit is vaak een radiatorknop)
  • Automatische temperatuurregeling per ruimte met handmatig overrulen (aan/uit) en adaptieve regeling
  • Automatische temperatuurregeling per ruimte
  • Automatische temperatuurregeling per ruimte met handmatig overrulen
  • Automatische temperatuurregeling per ruimte met handmatig overrulen (aan/uit) en adaptieve regeling
Temperatuurregeling per ruimte

Centrale aanvoertemperatuur regeling

Terwijl een kamerthermostaat aanstuurt naargelang de temperatuur die hij meet in de kamer waarin hij hangt, houdt een weersafhankelijke regeling ook rekening met wat voor weer het buiten is en stuurt hij op basis van beide gemeten temperaturen de ketelwatertemperatuur of de airconditioner aan.

Weersafhankelijke temperatuurregeling

Regeling gecertificeerd volgens NEN-EN 215/15500
215 heeft betrekking op thermostatische regelaars en 15500 op elektronische regelaars.
Verklaring volgens NEN-EN 215/ NEN-EN 15500

Eén geïntegreerd regelsysteem dat de temperatuur (voor koeling) in meerdere ruimten regelt

Bepaal:

  • Type regeling
  • Jaar van installatie, indien onbekend: het bouwjaar
  • Neem op of en zo ja hoe het geheel van distributie- en afgiftesysteem waterzijdig is ingeregeld (hydraulisch gebalanceerd, ten minste 90% van de installatie)
    Bij meerdere balanceringssytemen is het systeem dat het meest voorkomt het systeem dat wordt ingevoerd voor de gehele koelinstallatie.

10.5.3 Balancering afgifte- en distributiesysteem

De koelinstallatie kan efficiënter gemaakt worden, wanneer de afgifte van de koeling gecontroleerd wordt afgegeven d.m.v. balancering en dit kan op verschillende manieren. Je kan dit alleen herkennen aan de hand van een inregelrapport.

Vraag 1:

Welk type koeling is dit?

Type koeling

A. Compressiekoeling
B. absorptiekoeling
C. Vrije koeling
D. Adiabatische koeling

Vraag 2:

Welk type isolatie behoort tot de koelinstallatie?

A
B
C
D

Antwoorden:
1a, 2a, b=stoom, c=water, d=verwarming

Scan de code