Het gaat met name om het type afgiftesysteem en de toegepaste regeling. Een rekenzone kan meerdere afgiftesystemen hebben: al deze afgiftesystemen moeten worden opgenomen.
De koeling in het distributiesysteem moet aan de lucht afgegeven worden om te kunnen koelen, dit gaat d.m.v. een ventilatorconvector welke bevestigd kan zijn aan het plafond of aan de muur.
Indien er geen distributie aanwezig is, vindt er luchtkoeling plaats d.m.v. ventilatoren.
10.5.1 Type afgiftesysteem
Bepaal het type afgiftesysteem en neem van de afgiftesystemen, die van een ventilator gebruik maken van ieder afgiftesysteem het ventilatorvermogen op. Het gaat daarbij onder meer om ventilatorconvectoren en inblaascassettes van split units. Als er bijvoorbeeld tien ventilatorconvectoren aanwezig zijn, moet van alle tien het vermogen bepaald worden. Als deze waarde onbekend is, wordt er forfaitair gerekend. Het vermogen van ventilatoren van de ventilatie wordt niet meegerekend, dit wordt verrekend via het ventilatiesysteem.
Zie hier de verschillende de type afgiftesystemen voor ruimtekoeling:
10.5.2 Meerdere soortenafgiftesystemen:
Het kan zijn dat er in een ruimte meerdere soorten afgiftesystemen zijn. Het opnameprotocol kent net als bij verwarming in een ruimte maar één soort afgifte en wanneer er verschillende aanwezig zijn, dan moet er geprioriteerd worden.
Prioritering
Opmerking:
Bij toepassing van een room airconditioner wordt dit systeem gezien als het systeem met de laagste systeemtemperatuur.
Bepalen:
Wanneer je het het type afgiftesysteem bepaald hebt, neem je van de afgiftesystemen, die van een ventilator gebruik maken, van ieder afgiftesysteem het ventilatorvermogen op. Het gaat daarbij onder meer om ventilatorconvectoren en inblaascassettes van split units.
Als er bijvoorbeeld tien ventilatorconvectoren aanwezig zijn, moet van alle tien het vermogen bepaald worden. Als deze waarde onbekend is, wordt forfaitair gerekend.
Let op!
Het vermogen van ventilatoren van de ventilatie wordt niet meegerekend, dit wordt verrekend via het ventilatiesysteem.
10.5.3 Regeling van het afgiftesysteem
De ruimtetemperatuur kan op verschillende manieren geregeld worden, jij moet bepalen hoe uit onderstaande verschillende typen regeling.
Tabel 10.12 Bepalen regeling in het systeem
Regeling in hoofdvertrek (kamerthermostaat)
Regelingen per ruimte
Elke kamer met een eigen thermostaat heeft een apart ingestelde temperatuur en je verbruikt alleen energie waar je bent en bespaart energie op de plekken in de woning waar niemand is.
Centrale aanvoertemperatuur regeling
Terwijl een kamerthermostaat aanstuurt naargelang de temperatuur die hij meet in de kamer waarin hij hangt, houdt een weersafhankelijke regeling ook rekening met wat voor weer het buiten is en stuurt hij op basis van beide gemeten temperaturen de ketelwatertemperatuur of de airconditioner aan.
Regeling gecertificeerd volgens NEN-EN 215/15500
215 heeft betrekking op thermostatische regelaars en 15500 op elektronische regelaars.
Verklaring volgens NEN-EN 215/ NEN-EN 15500
Eén geïntegreerd regelsysteem dat de temperatuur (voor koeling) in meerdere ruimten regelt
Bepaal:
10.5.3 Balancering afgifte- en distributiesysteem
De koelinstallatie kan efficiënter gemaakt worden, wanneer de afgifte van de koeling gecontroleerd wordt afgegeven d.m.v. balancering en dit kan op verschillende manieren. Je kan dit alleen herkennen aan de hand van een inregelrapport.
Vraag 1:
Welk type koeling is dit?
A. Compressiekoeling
B. absorptiekoeling
C. Vrije koeling
D. Adiabatische koeling
Vraag 2:
Welk type isolatie behoort tot de koelinstallatie?
Antwoorden:
1a, 2a, b=stoom, c=water, d=verwarming