Een ventilatiesysteem in een woning is essentieel voor een gezond binnenklimaat. Het voert verse lucht aan en verwijdert vochtige, vervuilde lucht uit de woning. Dit voorkomt vochtproblemen, schimmels en een ongezonde luchtkwaliteit met te hoge concentraties CO2 en andere schadelijke stoffen. Een goed werkend ventilatiesysteem zorgt voor voldoende frisse lucht in alle vertrekken, ook in ruimtes zonder ramen.
Er zijn verschillende type ventilatiesystemen gedefinieerd en deze worden ook gebruikt in de ISSO. Uiteraard hebben ze allemaal hun eigen specifieke eigenschappen en ook een verschillend energieverbruik. Zo gebruikt Type A geen energie, want er zijn geen ventilatoren, maar kan leiden tot meer energieverlies door ongecontroleerde luchtstromen. Mechanische toevoer- en afzuigventilatiesystemen (Type B en C) gebruiken wel energie, maar is relatief weinig. Daarnaast verbruiken de zogenaamde Balansventilatiesystemen (systeem D) meer energie voor de ventilatoren, maar besparen op stookkosten door warmteterugwinning en hier wordt in de ISSO natuurlijk rekening mee gehouden. Daarnaast is het belangrijk om ook goed te kunnen bepalen wat voor motor er in een ventilator zit, want de nieuwe gelijkstroomsystemen verbruiken tot 83% minder energie dan oude wisselstroomsystemen.
In het algemeen leiden goed ontworpen en goed onderhouden mechanische ventilatiesystemen met warmteterugwinning en behoeftegeregelde ventilatie tot de laagste energiekosten op de lange termijn, in vergelijking met natuurlijke of ongeregelde ventilatie.