Zoals eerder aangegeven zijn er in het algemeen en in de ISSO 4 typen ventilatiesystemen gedefiniëerd, namelijk A, B, C en D, zie het plaatje hieronder. Van deze systemen is er ook een mix mogelijk en dat noem je dan een gecombineerd systeem E. (deel decentraal balansventilatie met WTW gecombineerd met een ander systeem).
Verschillende varianten binnen de 4 systemen
Binnen de 4 systemen bestaan er weer verschillende varianten:
Opmerkingen
Geen ventilatie of onvoldoende? –> Type A
Badkamer ventilator via lichtnet? –> Type A
11.3.1 Sturing, meting en zonering
Luchtdruksturing in de roosters, is alleen mogelijk bij type A en C. De Luchtdruk gestuurde roosters trachten bij wisselende luchtdrukverschillen over deze roosters het debiet zo veel mogelijk gelijk te houden. de werking is simpel, er zit een veer bij de klep en hoe sterker de veer, hoe hoger het verschil luchtdruk tussen binnen en buiten moet worden voordat de klep opengaat.
Er zijn drie klassen luchtdrukgestuurde roosters, gebaseerd op het drukverschil van de toevoerlucht tussen binnen en buiten.
2. Tijdsturing:
Tijdsturing wordt gebruikt bij ventilatietypen B, C en D. Het ventilatiedebiet varieert afhankelijk van vooraf ingestelde bezettingsperiodes van de betreffende ruimte (s).
3. CO2 meting
CO2 meting wordt gebruikt bij ventilatietypen B, C en D. De CO² concentratie wordt gemeten in een ruimte of in de uit de ruimte afgezogen lucht direct bij de ingang naar de ventilator.
4. CO2 sturing
Dit type sturing wordt gebruikt bij ventilatietypen B, C, D en E. Het ventilatiedebiet varieert afhankelijk van de CO2 concentratie in desbetreffende ruimte (s). De CO2 sensoren bevinden zich vaak in de ingangen naar de ventilatiebox en de regeling vindt plaats via een CO2-regelaar
5. Zonering
Het gebouw is verdeeld in zones met ieder hun eigen sturing en is alleen aan de orde indien woon- en slaapkamer niet in dezelfde zone liggen . Dit staat los van de indeling in rekenzones.
Zie hier een video ter verduidelijking
1.3.2 Type A, Natuurlijke toe- en afvoer.
Natuurlijke toe en afvoer kenmerkt zich door dat er géén permanent draaiende ventilatoren aanwezig zijn en d.m.v. luchtdruk en temperatuurverschillen wordt de lucht in de ruimten ververst. Dit kan met gewone toevoerroosters of door roosters die eventueel door luchtdruk worden gestuurd. Al je niets in een woning kan vinden aan ventilatie, dan is het type A.
11.3.3 Type B, Mechanische toevoer
Lucht wordt Mechanische toegevoerd en natuurlijk afgevoerd. Er is dus een kleine overdruk aanwezig in het gebouw.
Dit kan op de volgende manieren.
Wat neem je op?
Tijdsturing op toevoer
CO2-meting per verblijfsruimte met CO2-sturing op toevoer en zonering
Geen sturing
Onbekend? –> Geen sturing
11.3.4 Type C, Mechanische afvoer
Vervuilde lucht wordt mechanisch afgezogen en aangezogen via natuurlijke toevoer.
Je moet bij Type C bepalen of er een vorm van sturing is en zo ja, welke? Er komen ook combinaties voor.
Zie tabel 11.5 welke combinaties er mogelijk zijn.
Wat neem je op?
Tabel 11.5 Op te nemen gegevens sturing bij systeem C
11.3.5 Type D, Mechanische Toe- en afvoer (Balansventilatie)
Balansventilatie is met één of meerdere ventilatoren mogelijk via luchttoevoer en luchtafvoer kanalen. De lucht wordt mechanisch via af- en aanvoer in balans gebracht, er gaat even veel lucht in via de woon- en slaapkamers als dat er uitgaat via de keuken, badkamer en toilet. Het is dus niet noodzakelijk dat iedere ruimte is voorzien van een ventiel. Het kan zijn dat de ene ruimte wordt ingeblazen en een andere ruimte wordt afgezogen via roosters in de deur of wand of onder de deur door via overstroomvoorzieningen. Alle lucht gaat de woning in en uit via één centraal punt, b.v.. Meestal is de ventilatiebox op de zolder aanwezig. Door motoren met gelijkstroom wordt meer energie bespaart dan met wisselstroom.
Comfort en energiebesparend:
Het is een zeer comfortabel systeem, aangezien er door de WTW verse warme lucht binnen komt en er geen roosters open hoeven. Het is beter voor de energie prestatie, omdat de verwarming minder lucht hoeft te verwarmen en de aangevoerde lucht wordt gefilterd. Het is wel noodzaak dat het systeem correct geïnstalleerd wordt.
WTW
Bepalen:
Kijk of er een vorm van sturing aanwezig is en zo ja welke en zie daarvoor tabel 11.6. Het ventilatiedebiet kan je vinden in de documentatie en de regeling in het regelrapport. Kijk of er sprake is van recirculatie en in welke mate. Kijk naar de eigenschappen van het distributiesysteem en ventilatoren.
Wanneer er gebruik gemaakt wordt van een Luchtbehandelingskast, kijk dan wat de wat de eigenschappen ervan zijn.
Wat neem je op?
Tabel 11.6 Op te nemen gegevens sturing bij systeem D
11.3.6 Type E Gecombineerd systeem
In dit geval zijn er in de rekenzone 2 verschillende ventilatie-systemen aanwezig en je moet bepalen welk ventilatiesysteem naast de decentrale WTW wordt gebruikt en de eigenschappen.
Ventilatie deel 1: Decentrale mechanische toe- en afvoer met WTW en CO2-sturing.
Ventilatie deel 2: Voorzien van een ander ventilatiesysteem, zoals natuurlijke ventilatie, mechanische afvoer of mechanische toevoer.
Wat neem je op en wat ga je bepalen?
11.3.7 Roosters met verwarmingslinten
Kan bij een rooster in een Type C geïnstalleerd zijn om binnenkomende lucht te verwarmen, maar dit komt bijna niet voor. Te herkennen aan voedingskabels bij het rooster.
KEGO
Onderscheid systeem A en C in woningen
https://portaal.stichtingkego.nl/support/solutions/articles/101000539165
De keuze voor systeem A of C is volgens het protocol afhankelijk van de aanwezigheid van afzuigvoorzieningen in toiletten, badkamers en keukens. Alleen als in alle drie de genoemde ruimtes afzuigventilatie aanwezig is, is sprake van systeem C. Ontbreekt in één van de ruimtes afzuigventilatie, dan is sprake van systeem A.
In paragraaf 11.3.2 staat: Ook systemen waarin lokale mechanische afvoer aanwezig is (met een badkamerventilator geschakeld via het lichtnet), vallen voor de energieprestatieberekening onder systeem A. Deze afvoervoorzieningen voldoen namelijk niet aan de capaciteitseisen uit de regelgeving. Het kan zijn dat in de keuken, badruimte of toiletruimte geen afvoervoorzieningen zijn, bijvoorbeeld alleen in de badruimte en/of in het toilet.
In paragraaf 11.3.4 staat: Voor bestaande bouw geldt dat toiletruimten grenzend aan gevels vaak niet op het mechanische afzuigsysteem zijn aangesloten, maar een aparte mechanische afzuiging hebben naar buiten, al dan niet aangesloten op de lichtschakelaar. In dit geval moet je ook systeem C aanhouden.
Betekent dit nu dat er sprake van systeem C is als het toilet een lokale ventilator op de lichtschakelaar heeft en de badkamer en keuken zijn uitgerust met centrale afzuiging en dat er sprake is van systeem A als de badkamer lokale afzuiging op de lichtschakelaar heeft en de keuken en het toilet centrale afzuiging hebben?
Alleen een afzuigkap in de keuken
https://portaal.stichtingkego.nl/support/solutions/articles/101000512684-alleen-een-afzuigkap-in-de-keuken
Als er geen afzuigventiel in de keuken is, maar de afzuigkap is wel aangesloten op het ventilatiesysteem, is er dan sprake van systeem C wanneer aan de andere voorwaarden voor dat systeem wordt voldaan?
82.1 – basis – detail
Als de afzuigkap is aangesloten met het afvoerkanaal op de centrale mechanische ventilatiebox, telt dit mee als afzuigpunt in de keuken.
Als de afzuigkap alleen lucht afzuigt met een in de kap ingebouwde ventilator die in- of uitgeschakeld wordt op de afzuigkap zelf en niet via de centrale MV, dan telt deze niet mee voor de bepaling van het ventilatiesysteem.
NIEUW OEFENEXAMEN: MODULE 2, VRIJSTAANDE WONING Negeren