11.6 Distributie

11.6.1 Distributie

Als er sprake is van mechanische ventilatie zal de ventilatielucht door kanalen verplaatst worden tussen buiten en de verschillende ruimten in het gebouw.
Door luchtlekken gaat lucht verloren en afhankelijk waar de kanalen zich bevinden en hun lengte, gaat er meer of minder lucht verloren. De eigenschappen van de distributiekanalen worden daarom ook meegenomen in de opname.

11.6.1 Luchtdichtheid van ventilatiekanalen

Een goede luchtdichtheid van de kanalen is zeer belangrijk en bij een woning kan een zeer luchtdicht kanaal een zeer positieve impact hebben. 20% van de lucht bereikt vaak zijn eindbestemming niet. Wanneer een inregelrapport (correcte afstelling debieten) gecombineerd wordt met een rapport waarmee de dichtheid van de kanalen aangetoond wordt, kan dit een flinke verbetering zijn voor het ventilatiesysteem, want er is dan geen correctiefactor. Voor een afzuiginstallatie met natuurlijke toevoer (C-systeem) is het voordeel groter dan voor een balansventilatie (D-systeem).

De Luka kwaliteitsnorm voor gemonteerde ventilatiesystemen is luchtdichtheidsklasse en gaat van A t/m D. Type D mag alleen gekozen worden wanneer dit aangetoond kan worden met een meting volgens NEN-norm.

Opmerkingen

  • Het gehele ventilatiekanaal moet aan de luchtdichtheidsklasse voldoen.
  • Automatisch uitgaan van LUKA A., B of C indien:
    – 75% ventilatiekanalen zijn gestort in beton
    – Kunststof leidingen
    – Metalen leidingen met afgedichte verbindingen

Tabel 11.13 Op te nemen gegevens luchtdichtheid kanalen

11.6.2 Warmteverliezen in kanalen

Allen indien er leidingen buiten de TZ lopen en hiervan moet je de lengte kunnen bepalen.

Opmerkingen
Als er meerdere kanalen buiten de thermische zone zijn, ga je uit van de gemiddelde kanaallengte.
Als de mate van isolatie verschilt, moet je een gemiddelde isolatiewaarde R rekenkundig bepalen.

Wat met je kunnen herkennen en opgeven in de software?

  • Luchtdichtheidsklasse.
    Deze kan worden opgemeten volgens een NEN-norm, daarbij komt een rapport waar je dit in kunt vinden. Het kan bepaald worden voor alle ventilatiesystemen, behalve systeem A.
    Het wordt bepaald volgens een zogenaamde LUKA (luchtkanalen) correctiefactor.
  • Lengte van de kanalen.
  • Isolatie buiten de TZ.
    Om de verliezen (luchtlekken) te kunnen bepalen moet je de lengte en isloatiewaarde weten.
  • Als er tussen LBK en rekenzone kanalen buiten de thermische zone lopen, dan neem je de kanalen op volgens onderstaande tabel.
Tabel 11.14 Op te nemen gegevens van de distributiekanalen (tussen ventilator en geventileerde ruimten).
Distributieleidingen buiten de TZ
Ventilatiekanaal in een LBK

KEGO

Luchtdichtheid bij afwezigheid van een meetrapport
https://portaal.stichtingkego.nl/support/solutions/articles/101000545816

In de ISSO publicatie 82.1 staat dat je in een aantal situaties mag uitgaan van LUKA A,B,C als er geen meting is uitgevoerd of het meetrapport niet voldoet. 

1.    Wat wordt verstaan onder kunststof leidingen? Worden hier ook “Aluminium” flexibele slangen mee bedoeld? Er 

       bestaan hier vele varianten van namelijk.

2.    Wat wordt verstaan onder metalen kanalen?

3.    En wat wordt specifiek verstaan onder “zichtbaar afgedicht” ? Moeten de kanalen dan getaped zijn of zijn        

       slangenklemmen voldoende? 

1.    Het gaat nadrukkelijk om uit kunststof vervaardigde kanalen. Aluminium is een metaal, aluminium kanalen worden niet als kunststof kanalen beschouwd;

2.    (flexibele) aluminium kanalen, (verzinkt) stalen kanalen, etc;

3.    Als de kanaalkoppelingen afgetaped zijn, mag worden uitgegaan van een luchtdichte aansluiting. Bij aanwezige      

       slangenklemmen moet je onderbouwen waarom je van mening bent dat er sprake is van een luchtdichte aansluiting.

Scan de code