De volgende informatie moet voor een warmwater distributiesysteem verzameld worden:
Tabel 13.11 Benodigde informatie distributiesysteem voor warmtapwater
13.5.1 Type distributiesysteem
Er kunnen meerdere distributiesystemen voor warm tapwater aanwezig zijn, zoals b.v. een C.V. op zolder met beneden een Quooker of een andere boiler met een korte leiding naar het tappunt.
Aangezien het distributierendement gedeeltelijk wordt gecombineerd met het afgifterendement warm tapwater hoeven hier alleen de gegevens van het eventueel aanwezige (collectieve) circulatiesysteem te worden opgegeven. Er moet wel een opwekkingsconfiguratie worden geselecteerd welke de warmte moet leveren voor het systeem.
We maken onderscheid in de volgende distributiesystemen:
Afleverset via cv-installatie
Op de distributieleiding zit een afleverset aangesloten, welke de leidingen verder onderverdeeld.
Circulatieleiding:
Komt voor in appartementencomplexen (flats), waarbij continue warm water door de hoofdleiding wordt gepompt.
Software: invoeren
Software invoeren:
13.5.2 Warmteverliezen van distributieleidingen
Warmteverliezen worden mede bepaald door leidinglengtes en de mate van isolatie van de leidingen, kleppen, beugels, appendages en de omgevingstemperatuur van de leidingen. Wanneer er een circulatiesysteem aanwezig is welke ook dient voor verwarming, neem dan de leidinglengte en diameter van de verwarming op.
Collectieve installatie
Neem het totale gebruiksoppervlak op dat is aangesloten op de circulatieleiding en over hoeveel bouwlagen de leiding aanwezig is. De software berekent dan forfaitair.
Opmerking:
De leidingdiameter is van belang, aangezien er meer water aanwezig is bij dikkere leidingen en meer warmte verloren gaat tijdens transport en achterblijft in het systeem.
13.5.2.1 Leidinglengtes
Op nemen volgens onderstaande tabel
13.5.2.2 Leidingisolatie
Alle leidingen worden als volledig geïsoleerd beschouwd wanneer 90% is geïsoleerd en je moet aangeven of er leidingen in onverwarmde ruimten liggen of niet.
13.5.2.3 Isolatie van kleppen, beugels en appendages
Geïsoleerde appendages en beugels moeten aantoonbaar (visueel) waar te nemen zijn.
13.5.3 Circulatiepompen
Distributiesystemen voor warmtapwater zijn voorzien van circulatiepompen en deze verbruiken allemaal elektrische energie en moeten dus worden opgenomen. Wanneer er meerdere aanwezig zijn neem ze dan allemaal op en de software doet de berekening.
Opmerking:
De EEI bij een pomp is de energie-efficiëntie-index en moet bij een kwaliteitsverklaring worden opgenomen. Vaak staat er een EEI op de pomp zelf, maar deze mag dus, net als bij isolatie, niet ingevoerd worden!
Het type regeling van de circulatiepompen moet ook worden bepaald en op moderne pompen zitten verschillende pompstanden.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende pompregelingen:
Circulatiepompen behorende bij een systeem voor ruimteverwarming, worden meegenomen bij het hoofdstuk ruimteverwarming (zie hoofdstuk 9) Dit is het geval bij een indirect gestookte boiler.