In het POHB staan een aantal voorbeelden uitgelegd. Deze zullen hier behandeld worden met de berekeningen. Deze moet je kunnen uitvoeren op het examen.
Overstek
Met een liniaal bepaal je:
Afstand (H), van het midden van het raam tot aan de onderkant van de overstek = 197 cm
Afstand (A) = 170
Relatieve hoogte H0 = H/A = 197/170=1,16 > 1, dus wordt niet gezien als overstek!
Vraag: 1
Wanneer we zouden aannemen dat de hoogte van de woningen 244 is, de balkonnen 2 meter diep en 3 meter breed zijn.
Wat worden dan de relatieve hoogte en breedte wanneer er één raam over de volledige breedte van het balkon zou zijn?
Uitwerking:
Bb = Afstand/Breedte = (300/2)/244=0,61 < 3,73, dus wordt meegenomen als belemmering.
Opmerking:
De belemmeringen en overstekken moeten per raam worden bepaald
Afstand (A) = 160
Breedte (B) = 400
Bb = A/B = 0,4 < 3,73, dus moet meegenomen worden als zijbelemmering
Vraag:
Wanneer bij hetzelfde paneel, de afstand M tot aan de nok 80 is, Is er dan sprake van een belemmering door de linker nok?
A = 400
H= 80
Hb = 80/400=0,2 < 0,36, dus belemmering wordt buiten beschouwing gelaten
Opmerking:
Je ziet dat er eerder sprake is van een overstek dan van een belemmering.