1. Aangescherpte toleranties en administratieve vereisten (BRL 9500 & ISSO Algemeen)
De controlevereisten voor 2026 zijn substantieel verscherpt. Belangrijkste wijzigingen in toegestane afwijkingen:
Gebruiksoppervlak:
De acceptabele afwijking bij audits is aangescherpt van 5% naar 3% ten opzichte van BRL 9500-specificaties (conform opmeetnorm NEN 2580). Het gebruiksoppervlak betreft de daadwerkelijk bruikbare vloeroppervlakte van een gebouw.
Constructie-oppervlakten:
Toleranties voor wanden en dakconstructies zijn gehalveerd: van 10% naar 5%.
Documentatie:
Vastgelegde procedures voor externe opmeting, plattegrondtekeningen en eisen aan complete video-documentatie.
Sanctionering:
Adviseurs moeten precies kennen onder welke voorwaarden hun certificering ingetrokken kan worden volgens paragraaf 10.3 en de waarschuwingscriteria (‘gele vlaggen’).
2. Vernieuwde labelinformatie en indicatoren (Schematisering – H6)
Het energielabel ondergaat een update met nieuwe presentatie en parameters:
CO₂-uitstoot tijdens gebruik:
Toont de daadwerkelijke koolstofuitstoot tijdens exploitatie (verbruik van gas en elektriciteit).
WLC-GWP-score:
Whole Life Carbon – Global Warming Potential berekent de totale klimaatimpact van toegepaste materialen gedurende de volledige levenscyclus van het bouwwerk.
Herlabelverplichting:
Heldere criteria wanneer herbeoordeling noodzakelijk is, bijvoorbeeld na installatie van PV-panelen of vervanging van een cv-installatie door een (hybride) warmtepompsysteem.
Garagebeoordelingsschema:
Nieuw stroomdiagram voor correcte classificatie als ‘sterk geventileerde zone’ (niet-verwarmde zone) versus ‘overige ruimte’.
Vakantieaccommodaties:
Definitieve criteria wanneer deze onder woningbouw (W) of utiliteitsmethodiek (U – commerciële logiesfuncties) vallen.
Utiliteit specifiek:
Richtlijnen voor niet-geconditioneerde verblijfsruimten en classificatie van veterinaire praktijken/klinieken.
3. Constructieve scheidingen en kelderclassificatie (H7 & H8)
Kelderdefinitie:
Scherpe afbakening: onverwarmde kelders worden niet langer als kruipruimte beschouwd. Definitie is verfijnd.
Rieten constructies:
Aangepaste lambda-waarde (warmtegeleidingscoëfficiënt) voor riet, inclusief specifieke bepalingen voor rieten gevels en zijconstructies.
Zonwering:
Herziene forfaitaire waarden voor zonwerend glas en folies (forfaitair = standaardwaarden bij ontbrekende fabrikantgegevens). Geactualiseerde regels voor lamelleninstallaties bij vensters, ook in combinatie met overstekken of obstructies.
Spouwmeting:
Verplichte toepassing van een compleet nieuwe referentietabel voor bepaling van de spouwbreedte (ruimte tussen binnen- en buitengevel).
Thermische massa:
Het warmteopslagvermogen van rekenzones (gebouwconstructies) kent nieuwe bepalingen voor vloerconstructies met lichtgewicht plafonds, schuimbeton en hout-beton samengestelde vloeren. Zware materialen zoals beton bieden hogere thermische massa, wat overmatige zomertemperaturen tegengaat.
GACS (Utiliteit):
Building Automation and Control Systems moeten geïdentificeerd en getoetst worden aan klasse B of C via RVO-checklist (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).
4. Technische installaties: warmtepompen, ventilatiesystemen & opslagcapaciteit (H9 t/m H16)
Warmtepompsystemen:
Invoermethodiek volgens vernieuwde NTA 8800 tabel 9.28, inclusief elektrische bijverwarming en onderscheid tussen individuele en collectieve bronvoorzieningen.
Biobrandstoffen:
Het verschil tussen handmatige en automatische stoken bij biomassagestookte installaties (pelletkachels) is komen te vervallen.
Leidingenisolatie en 90%-vereiste:
Voor het inspeceerbare tracé van distributieleidingen (verwarming, koeling, tapwater) geldt een strikte 90%-isolatie-eis ter beperking van warmteverliezen.
Zelfregelende ventilatieroosters:
Nieuwe protocollen wanneer het effectieve roosteroppervlak onbekend is, en voor CO2-gestuurde systemen en zonering in studio-appartementen.
Drukverschil (Δp):
Verscherpte eisen voor drukgeregelde roostersturing. Dit verschil in luchtdruk is essentieel voor correcte werking van ventilatiesystemen.
Luchtbehandelingsunits:
Bij grote installaties (capaciteit >1.000 m³/h) moeten kanaaltrajecten buiten de thermische schil (geïsoleerde gebouwzone) worden meegenomen.
Opslagsystemen:
Adviseurs moeten zowel elektrische opslag (batterijsystemen) als thermische opslag (buffervaten voor warm water) binnen het perceelsgebied kunnen bepalen.
Schaduwwerking:
Bij PV-installaties op platte daken moet beschaduwing door dakranden (hoogte, afstand, horizon) nauwkeurig worden vastgesteld.
Aanvullende vereisten Detailadviseurs
Certificaathouders voor detailopname (complexe projecten/nieuwbouw) krijgen aanvullende examenvragen over:
Oververhittingsrisico (TOjuli):
Beoordeling van zomerse binnentemperaturen conform Bbl-eisen (Besluit bouwwerken leefomgeving, opvolger Bouwbesluit).
U-waarden kozijnen en vensters:
Ufr: Warmtedoorgangscoëfficiënt van het kozijn (frame).
Uw:
Warmtedoorgangscoëfficiënt van het complete venster (window = glas + kozijn). Berekening van Uw op basis van Ufr uit kwaliteitsverklaringen. Lagere U-waarden betekenen betere isolatieprestaties.
Biobased bouwmaterialen:
Natuurlijke, duurzame materialen (kalkhennep, vlasisolatie, houtwol) hebben gewijzigde warmtegeleidingscoëfficiënten (tabel E.11) en nieuwe conversiefactoren (tabel E.5) in NTA 8800.
Ventilatieve koelvoorzieningen:
Strikte criteria voor luchtstroombepaling, waaronder maaswijdte en registratie van sleufvormige openingen.